Saturday, May 17, 2008

Hey ho, let's go buffalo

Morgen is het zover lieve vrienden, dan wordt de finale van de Beker van België gespeeld waarin AA Gent de handschoen opneemt tegen RSC Anderlecht. Zoals zovelen zak ik morgen naar de Heizel af om er de match bij te wonen. Winst of verlies, het staat hoe dan ook vast dat het een magnifiek feest wordt. En eerlijk gezegd ben ik nu al, op zaterdagavond, nerveus. Goed, ik ga hier niet te veel woorden meer aan vuil maken maar stilaan mijn bed opzoeken, even tot God bidden en ongetwijfeld woelig dromen.


Hey ho
let's go
buffalo!


ps: ik tip op goals van Ruiz en Foley. Voor Anderlecht scoort Bous.


Thursday, May 1, 2008

Toujours sourire

In voorpublicatie: een stukje uit Dilemma over Hugo Claus.

Enkele woorden bij de dood van Hugo Claus en een korte bespreking van De Metsiers


Luttele dagen na het verschijnen van de vorige Dilemma is Hugo Claus overleden, waarna een ongeziene Clausmanie is losgebroken. De elvendertigste herdruk van Het verdriet van België verkoopt als zoete broodjes terwijl progressief Vlaanderen en gesettelde mei 68’ers elkaar voor de voeten lopen bij het claimen van deze literaire mastodont. Het spreekt voor zich dat ik de Claushype als getrouwe literatuurrecensent niet ongemerkt voorbij kan laten gaan. Tenslotte is dit de literatuurrubriek van hét germanistenblad bij uitstek, het Sancta Sanctorum van elke hoogopgeleide literatuurliefhebber. Als er al enkele kritische bedenkingen gemaakt mogen worden bij die hype, is het hier wel. Zet u in ieder geval maar schrap, want ik zal ongemeen pedant en elitair uit de hoek zal komen. Maar af en toe moet dat maar eens.


Hier ga ik dan. Meteen na de dood van Claus moest en zou iedereen die Het verdriet van België nog niet gelezen had dit boek bemachtigen nog voor de schrijver ervan koud was. Of zij dit meesterwerk ook zullen (uit)lezen is nog maar zeer de vraag. Leuke anekdote in dit verband: een oude vriendin die nog nooit een letter van Claus gelezen heeft, zat tijdens de Clausherdenking in de Antwerpse Bourla wel op de eerste rij. Mijn aangeboren onrechtvaardigheidsgevoel roert zich bij het zien en horen van zoveel onoprechte en onoordeelkundige bewondering. Wanneer je deze lui dan vraagt wat ze aan Claus’ werk zoal bewonderen, dan komen ze niet veel verder dan de dooddoener ‘de taal, de taal, zo meesterlijk’. Uiteraard was Claus’ taalbehandeling van een ongeziene schoonheid en droeg het bij aan de eigenheid van zijn werk. Maar Claus was zoveel meer. Zijn werk was enorm gelaagd, het aantal mogelijke lezingen van eenzelfde werk zijn bij wijze van spreken oneindig. Het reduceren van Claus’ werk tot ‘goede verhalen’ geschreven in een ‘knappe taal’ doet afbreuk aan dat oeuvre. Een oeuvre dat trouwens niet volmaakt was, wat vele oppervlakkige Clausdwepers ons nochtans willen doen geloven. Claus heeft ook enkele middelmatige boeken geschreven zoals Belladonna. Maar maakt hem dat een minder groot schrijver? Op een enkele uitzondering na is niemands oeuvre immers volmaakt. Van de doden niets dan goeds, dat begrijp ik wel. Maar zoals Bert Anciaux of Hilde van Mieghem hysterisch staan briesen dat alles wat Claus ooit aanraakte in goud veranderde, getuigt van een erg beperkte literatuurkennis en slechte smaak.


Zo, dat moest er even uit. Nu is het tijd voor wat mijn afscheid van Hugo Claus is. Het wordt trouwens eveneens mijn afscheid van Dilemma, want na jaren trouwe dienst verlaat ik de redactie aangezien ik naar alle waarschijnlijkheid in juli afstudeer. En bestaat er een mooiere manier om af te zwaaien dan met een (zij het korte) bespreking van Claus’ debuut, het geniale De Metsiers?


Claus schreef De Metsiers op zijn negentiende (u leest het goed) in opdracht van een bevriende uitgever die hem had gevraagd voor enkele honderden franken ‘een boekje naar Amerikaans model’ te schrijven. Claus nam de opdracht aan, schreef een boekje getiteld ‘De Eendenjacht’, zond het handschrift in voor de Leo Krijn-prijs, won die prijs, veranderde de titel van het boekje in ‘De Metsiers’ en was gelanceerd als schrijver.


De Metsiers is verteld vanuit een een meervoudig vertelperspectief (naar het voorbeeld van William Faulkners As I lay dying). Dit technisch procedé paste Claus trouwens meer dan veertig jaar later nog eens toe in De Geruchten. Maar hetzelfde niveau als bij De Metsiers evenaart hij niet meer. In De Geruchten spreekt een oude schrijver met veel metier, in De Metsiers een erg getalenteerde jongeling.


De Metsiers speelt zich af tijdens WO II en gaat over een wat zonderlinge Vlaamse familie: de Metsiers. Zij wonen afgezonderd van het dorp op hun erf en leiden er een besloten leven. Het boek is een psychologische roman, zoals dat heet, en dus staan de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende personages centraal. Rond hen breit Claus een wreed maar schitterend verhaal. Subtiel wordt de spanning opgebouwd en de sfeer beklemmender. En hoewel je aan je kleine teen voelt dat er aan het eind nog een en ander te gebeuren staat, blaast dat einde je toch helemaal van je sokken. Uiteraard schreef Claus met De Metsiers niet alleen een magnifieke psychogolische roman, hij schetst ook een prachtig, impressionistisch beeld van la Flandre profonde – niet voor het laatst, zo zou blijken. Deze onvoorstelbaar knap vertelde eersteling kondigde een rijk en gevarieerd oeuvre aan. Een oeuvre waar we zonder twijfel nog vele jaren zullen van genieten, in Vlaanderen en ver daarbuiten.