Mijn bijdrage voor de Dilemma (het Gentse germanistenblad) van de maand maart:
Leeftocht (Adriaan van Dis) – Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd (Joris van Parys).
Beste lezer, deze maal vindt u in mijn vaste rubriek niet één boekrecensie, maar twee. Een gedurfd concept is het niet, vorig jaar heb ik het ook al een keer of twee geprobeerd. Zonder bijval, maar ook zonder klachten. Maar ach, wat zou ik mij hierover zorgen maken? Dit is nu toch al een aantal jaar mijn kleine speelhoek. Zo lang ik maar geen Aspes recenseer mag ik mijn zin doen, aldus de heren scriptoren. In deze aflevering staan de volgende twee vuistdikke boeken centraal: de essaybundel Leeftocht van Adriaan van Dis en de biografie Het leven, niets dan het leven – Cyriel Buysse en zijn tijd, van de hand van Joris van Parys.
Laat ik beginnen met Leeftocht en de auteur van deze corpulente essaybundel. Adriaan van Dis is een coryfee van de Nederlandse literatuur, dat weet u wel. Het is een erg groot, welbespraakt en fijnzinnig man. Vorig jaar kwam hij bij de opening van de literaire lente, hier in Vooruit, een stukje uit zijn nieuwe roman, De Wandelaar, voorlezen. Hoewel ik dat boek niet gelezen had, en nog steeds niet heb, vond ik zijn lezing en het korte gesprekje met Friedl Lesage toch een van de hoogtepunten van de avond. Die man heeft wel iets te vertellen, dacht ik bij mezelf. Sindsdien waren Van Dis en ik elkaar wat uit het oog verloren. Enkele weken geleden dan zag ik tijdens het Leuvense Boekenfestijn voor ongeveer tien euro Van Dis’ Leeftocht liggen. Ik twijfelde niet en kocht deze vuistdikke bundeling van essays, columns en andere stukjes. Nog dezelfde avond op de trein naar Gent begon ik erin te lezen. Pas enkele weken later had ik het boek helemaal uit. Zo’n bundeling essays leest natuurlijk niet als een roman. Af en toe nam ik een pagina of vijftig tot mij, en dan liet ik het boek met de erg poppy cover voor een paar dagen links liggen. De stukjes die Van Dis aan de lezer presenteert, beslaan een periode van ongeveer veertig jaar. We leren Van Dis kennen als een ruimdenkend wereldreiziger, een atypische Hollander (gezien zijn achtergrond niet geheel onlogisch) en bovenal als een seismograaf. Het stukje over de prille aidshysterie in het New York van 1985 is een van de hoogtepunten van de bundel. Heel nuchter en raak beschrijft Van Dis hoe totaal geschift de Amerikanen reageren op deze nieuwe killer disease. Andere stukjes die mij dan weer erg konden boeien, waren die over Zuid-Afrika en in het bijzonder over de Afrikaanse literatuur. Zo neemt Van Dis ook een interview met Breyten Breytenbach in de bundel op. Niet onlogisch, want Van Dis heeft een voorliefde voor Zuid-Afrika en het Afrikaans dat hij als overspelig Nederlands, een kleurtaal aan Calvijn en klei ontstegen betitelt.

Tijd voor Buysse dan. Net zoals Leeftocht verscheen de knoert van een Buysse-biografie in het najaar van 2007. Bij mijn weten is het pas de eerste Buysse-biografie die naam waardig. Iedereen weet uiteraard dat de vrijzinnige Buysse, samen met de katholieke prins der Nederlandse letteren Stijn Streuvels, Vlaanderens grootste naturalist was. Maar verder rijkt de kennis van de doorsnee Vlaming over deze geboren Nevelaar niet. Daarom alleen al is deze uitmuntende biografie een godsgeschenk.
Buysse heeft niet alleen een hoop boeken geschreven, hij heeft ook een boeiend en rijk leven gehad: veel gereisd (naar Amerika, maar ook met de auto door Europa – allebei erg uitzonderlijk gezien het tijdskader), hier en daar een boerenmeid bezwangerd, uiteindelijk getrouwd en sindsdien tussen het rustieke Leiedorp Deurle en het burgerlijke Den Haag pendelend, genietend van the best of both worlds. Buysse leefde op het breukvlak van de 19e en 20e eeuw, een interessante periode op verschillende vlakken. Voor Buysse was het de tijd van zijn grote romans, van Van Nu en Straks (met Gust Vermeylen aan het roer) en ook de tijd van de lange en intense vriendschappen met Maurice Maeterlinck en Emile Claus.
Wat maakt dit boek zo knap? Heel eenvoudig: Van Parys slaagt erin de geschiedenis te doen herleven. De biografie leest als een mooi verhaal en niet als een droge kroniek van wat Buysse zoal verricht heeft in zijn leven. Veel heeft natuurlijk te maken met Buysses levensloop die, om het met Keunen te zeggen, een voldoende afwisseling vertoont van evenwichts- en conflictchronotopen om er een interessant werk over te schrijven. En dat heeft Van Parys gelukkig gedaan zodat Buysse eindelijk de biografie heeft die hij verdient.
